maandag 2 februari 2009

Onderzoeksopzet: Theoretisch kader

Het is niet makkelijk om een concreet, afgebakend theoretisch kader te vormen wat betreft dit onderzoek. Er is veel geschreven wat betreft narrativiteit in videogames, maar die beperkt zich over het algemeen tot oppervlakkige analyses van de verhalen, zonder veel concrete voorbeelden van games te noemen. Wat dat aangaat kan dit onderzoek een goede aanvulling vormen op het al bestaande narrativiteit-discours binnen Game Studies. Het boek van Chatman (zie literatuurlijst) geeft een goed overzicht van de structuur van narratologie in films en andere fictieve media. Deze structuur kan toegepast worden binnen het onderzoek, waardoor het in het bestaande theoretische kader van Chatman wordt geplaatst. Videogames delen namelijk op het gebied van narrativiteit veel met films, aangezien de verhalende eigenschappen en elementen van de twee media niet veel van elkaar verschillen. Tijdens het onderzoek zal zelfs duidelijk worden dat de scheidslijn tussen films en games opmerkelijk dun is en dat ze beiden dikwijls door elkaar heen vloeien.

Dit onderzoek zal zich centreren binnen het narratologie-debat, maar ik zal er niet aan ontkomen om ook een deel gebruik te maken van ludologie. Immers, een deel van de perceptie van het verhaal heeft te maken met de identiteit van het hoofdpersonage en de identiteit van de gamer zelf. Het effect van ludologie en diens plaats binnen dit onderzoek zal echter tot een minimum worden beperkt, aangezien het narratief het centrale punt van onderzoek is.

Geen opmerkingen: